Mijn vader is overleden. En dat doet meer met me dan ik had verwacht. Iedereen die ik spreek vindt dat heel vanzelfsprekend, maar ik had echt niet verwacht dat het me nog zo zou raken. Ik had namelijk al 9 jaar geleden afscheid genomen van mijn vader – toen Alzheimer genadeloos toesloeg en hij echt dement werd. Heeft hij in zijn goede jaren nooit met mij kunnen of durven spreken over zijn eigen leven en de keuzes die hij maakte, met zijn ziekteproces sloeg die deur helemaal dicht. Het contact werd steeds minder, en aan het eind was de herkenning helemaal weg.

Het is een bijzondere ervaring dat het beeld dat je van iemand tijdens zijn leven hebt, volledig kan veranderen op het moment dat hij overlijdt. Je denkt dat je iemand kent, en je vormt je een mening over de manier waarop hij het heeft aangepakt en zijn gedachtegang daarbij. Die mening wordt je stabiele gegeven, en daaromheen bouw je het beeld dat je van hem hebt.

Maar nu zit ik tussen de weinige spullen die hij heeft achtergelaten. En kom ik dingen tegen die ik nog nooit eerder van hem heb gezien. Foto’s waarop hij het middelpunt van de belangstelling is op een jubileum op zijn werk. Hij moet daar iets ouder geweest zijn dan ik nu ben, en wat zag hij er goed uit in die tijd. Een knappe en charmante man. Collega’s die hem de hand schudden en hem toezingen. Vrienden en kennissen uit die tijd waar ik mensen van herken. Mijn moeder die geduldig naast hem staat en er fysiek, maar niet emotioneel bij aanwezig is. De afstand, die er toen al tussen hun was, is zichtbaar als je het verdere verloop van hun relatie kent.

Maar er zijn ook foto’s die nog vroeger gaan in de tijd. Van mijn grootouders, en de ouders daar weer van. Allemaal mensen die hun leven geleefd hebben. Ik kom krantenartikelen tegen van mijn pake, die voor de cultivering van de Friese geschiedenis een belangrijke rol heeft gespeeld. Er zijn boekjes uit 1924 met handgeschreven gemeenteverordeningen die hij als gemeentesecretaris later heeft uitgetypt. En een aantal gedichten van hem waar een woordkunstenaar uit spreekt.

Voor het eerst in mijn leven sta ik stil bij de geschiedenis van mijn voorouders. Bij de oude generatie. Denk ik na over hoe hun levens geweest moeten zijn, wat hen bezig hield en of hun verwachtingen uit zijn gekomen. De mooiste foto’s die ik vind zitten in een album uit het eind van de 19-e of het begin van de 20-e eeuw, waarin ik foto’s tegenkom van Gerbrig van Dijk, mijn overgrootmoeder waar ik naar vernoemd ben. Geboren in 1881, maar ik had het geluk haar nog tot mijn 15-e mee te maken. Zij overleed op 96-jarige leeftijd in 1977. Een hele lieve vrouw.

Als kind sta je niet stil bij de levens van ouderen. Je vindt de oude generatie gewoon oud. Je gaat aan hen voorbij omdat je het gevoel hebt dat zij niet meer van deze tijd zijn. Maar bladerend door de herinneringen van mijn vader, zie ik al die levens voorbijkomen. En ga ik bepaalde dingen over hem beter begrijpen. Krijg ik een heel ander beeld van hem. Zo zie je maar weer. Het is nooit zwart-wit. Bedankt pap, voor deze dozen vol herinneringen. Bedankt pap, en al die anderen op de foto’s, dat jullie er waren. Ieder van jullie heeft bijgedragen aan de nieuwe generatie. En dat maakt jullie allemaal waardevol.

(op de foto’s Gerbrig van Dijk – in de groepsfoto staat zij 3e van links)


No Comments


Leave a comment

You must be logged in to post a comment.