1.  Begin met een ‘haakje’

Hang je verhaal ergens aan op. Oftewel: gebruik een ‘haakje’ om de aandacht van je publiek direct aan het begin te vangen, en voer ze daarna mee naar de kern van je speech. Zo’n haakje kan bestaan uit een persoonlijke ervaring, een grappige anekdote, een vraag of een statement. Aan het haakje koppel je de rest van je speech, en aan het eind kun je hier weer met een slotopmerking op terug komen.

2.  Maak het persoonlijk

Persoonlijke verhalen doen het altijd beter dan een droge, theoretische uiteenzetting. Ook al moet je een hele technische verhandeling houden, stop er wat van je eigen ervaringen in om het persoonlijk te maken. Niet alleen maak je mensen daarmee deelgenoot van je verhaal; het wordt ook een stuk interessanter om naar te luisteren.

3.  Wees authentiek

Blijf jezelf. Als je van jezelf vrij beweeglijk bent, probeer dan niet krampachtig stil te staan omdat je dat vroeger zo geleerd hebt bij het geven van een spreekbeurt. Als je je bewust bent van een accent, voel je dan niet bezwaard als het geen vlekkeloos ABN is. Jij bent jij; je bent uniek en dat mag je laten zien. Juist iets dat niet perfect is of volgens de ‘norm’ (en wie bepaalt die in feite?) maakt het des te leuker om naar te kijken en te luisteren.

4.  Spreek rustig en duidelijk

De meeste mensen spreken te snel tijdens het speechen. Soms wordt dat veroorzaakt door zenuwen (“want ik wil het liefst zo snel mogelijk weer van dat podium af”), soms omdat men ervan uit gaat dat je bij speechen je normale spreektempo kunt aanhouden. Houd er rekening mee dat de mensen in het publiek jouw informatie gaan ‘verwerken’ – ze nemen de inhoud op en krijgen daarbij hun eigen gedachten. Houd daarom tijdens het speechen altijd een iets lager tempo aan dan je normaal spreekt, en laat af en toe een pauze vallen. Let tevens op uitspraak en probeer je stem ‘ver’ (tot achter in de zaal) te laten dragen.

5.  Maak contact met je publiek

Als je voor een groep je verhaal moet doen, kun je het publiek het beste als één beschouwen. Vertel je verhaal alsof je het met één persoon aan het praten bent, waarbij je wel zo nu en dan oogcontact maakt met verschillende mensen. Door te doen alsof je je op één persoon richt, krijg je het effect dat iedereen zich persoonlijk voelt aangesproken.

6.  Hou het kort en ‘to the point’

Als een speech te lang duurt of als een spreker teveel afdwaalt van de kern, gaat het publiek zich ongemakkelijk voelen en luistert men niet meer. Het resultaat is dat er niets van de inhoud blijft hangen en men alleen maar blij is dat het voorbij is. Wil je impact maken en dat men er iets van onthoudt, hou je speech dan liever kort en bondig.

7.  Bereid je altijd voor

Dit is misschien nog wel de belangrijkste tip. Er zijn maar heel weinig mensen die zo uit de losse pols en zonder voorbereiding een speech uit hun mouw kunnen schudden. Als je weet – of als je kunt verwachten – dat je ergens een woordje moet doen: bereid je ALTIJD voor. Denk na over wie de doelgroep is, wat je centrale boodschap is en hoe je woordkeuze moet zijn. Het beste is om je speech volledig uit te schrijven en een aantal keren droog te oefenen. Zodra je hem hardop oefent, hoor je namelijk waar het niet lekker loopt. Laat je verhaal desnoods aan een collega of je partner horen, of neem het eens op en luister het terug. Klok de tijd en let op je tempo.

8.  Uiteindelijk gaat het om het gevoel

Deze quote van Maya Angelou zegt in feite alles: “People will forget what you did, they will forget what you said, but they will never forget the way you made them feel.” Houd dit in je achterhoofd als je je speech schrijft; je wilt mensen een bepaald gevoel meegeven. En stop dit gevoel in je voordracht door met je stem te werken, expressie en lichaamstaal te gebruiken, en bovenal door er de juiste emotie in te verwerken.

Ik wens je heel veel mooie speeches toe, en dat je publiek zich geraakt zal voelen.


No Comments


Leave a comment

You must be logged in to post a comment.